Ranonkel: planten en uitgebreide informatie

De ranonkel is een prachtige bloem met schitterende schubben als bloemblaadjes. De bloemen komen in de maanden juni en juli tevoorschijn en het zijn geliefde snijbloemen die heerlijke kleurschakeringen hebben. De ranonkel behoort tot de ranonkelfamilie (ranunculaceae) waar in totaal wereldwijd 1300 tot 2000 soorten onder vallen. De meeste zijn te vinden in de gematigde zone op het noordelijk halfrond. Ranonkel is ideaal om in boeketten te verwerken, maar ook als enkele bloem in een vaas doet de ranonkel het erg goed.

Soorten ranonkel en de herkomst van ranonkel

De ranonkel bestaat in de kleuren wit, geel, oranje, roze, rood en paars. De bloemblaadjes openen zich stuk voor stuk, waardoor het hart van de bloem langzaam maar zeker zichtbaar wordt. Oorspronkelijk komt de ranonkel uit Midden-Azië en belandde via diverse omwegen ook in Europa. Hier kreeg de bloem de officiële naam Ranunculus. Dit betekent kikkertje in het Latijn, wat best logisch is omdat de ranonkel in het wild vooral in drassige gebieden veel voorkomt.

Symboliek van de ranonkel

De ranonkel staat symbool voor charme. Als iemand in de oude Victoriaanse tijd een bos ranonkels aan iemand anders gaf, dan werd daarmee aangegeven dat hij of zij de ander erg aantrekkelijk vond. Natuurlijk maakt u tegenwoordig mensen ook nog steeds blij met een bonte bos ranonkels, ook al is de symboliek erachter wat verloren gegaan.

Een ranonkel planten: zo doet u dat

U kunt ranonkel planten door de knollen direct in het voor- of najaar in de volle grond of in een bloempot te planten. Leg de klauwtjes de avond voordat u gaat planten in lauw water. Houd bij het planten rekening dat de diepte van het plantgat twee keer zo groot moet zijn als de hoogte van de knol. Simpel gezegd: als de knol 5 centimeter groot is, moet het gat 10 centimeter zijn. De afstand tussen de afzonderlijke ranonkelknollen moet ongeveer 15 centimeter zijn. Maak de aarde eerst goed los en plant de knol met de wortels naar beneden. Daarna kunt u het plantgat weer met aarde aanvullen. Als u de ranonkels niet per stuk met een schepje wilt planten, kunt u ook gebruik maken van een speciale bollenplanter. Meestal worden ranonkels in het voorjaar geplant, maar ook in september en oktober is dat mogelijk. Bedek ze dan wel met een goede laag dode bladeren en hoop op een zachte winter.

De verzorging van ranonkels

De ranonkel heeft dagelijks minstens een halve dag zon nodig. Zorg ervoor dat de tuingrond goed vruchtbaar, gedraineerd en niet te droog is. Gebruik compost en turf en bewerk het diep. Ook is het goed als de grond humus- en voedselrijk is. De planten groeien slecht in droge en arme grond. Zet de planten in een border of perk, bij voorkeur in groepjes. Dit levert de beste resultaten op en zorgt er tevens voor dat de vrolijke kleuren beter tot hun recht komen. Heeft u ranonkels in een pot staan? Gebruik dan het liefste rozengrond of een mengsel van tuin- en potgrond. Als u zorgt voor een enigszins beschutte standplaats, kunnen de holle stengels niet snel kraken in de wind. Verwijder regelmatig de uitgebloeide bloemen. Omdat de planten niet winterhard zijn, neemt u de knollen op in oktober als de bladeren verdroogd zijn. Laat ze vervolgens verder drogen en bewaar ze vorstvrij zodat u ze in het voorjaar weer kunt planten.

Ranonkel wordt ook wel boterbloem genoemd

Ranonkels staan ook bekend onder de naam boterbloem. Er bestaan twee soorten boterbloemen die in het algemeen in ons land voorkomen. In bermen, op dijkhellingen in weilanden en hooilanden groeit de scherpe boterbloem, de Ranunculus acris. Deze soort heeft een stengel die rolrond is en dat voelt u goed als u de bloem tussen duim en wijsvinger laat draaien. Wilt u weten waarom deze boterbloem de scherpe boterbloem wordt genoemd? Proef dan maar eens een heel klein stukje van de plant en u zult direct de scherpe maak aan uw tongpunt proeven. Spuug het wel weer direct uit!

Ranonkel is makkelijk te kweken

De ranonkel is een schitterende en makkelijk te kweken tuinplant en heeft een kantachtig blad. Ze zijn dol op de ochtendzon en een echte aanwinst voor elke tuin. Maar ook als snijbloemen zijn ze prachtig in een vaas in huis of op kantoor. Als u de ranonkelbollen in februari in potten plant, kunt u ze half april verplanten in de tuin. De beste plek voor de potten is een warme plek op het zuiden of het westen.

Tips bij het kopen van ranonkel

U kunt het beste vanaf februari grote en stevige wortelknollen kopen met vier of meer sterke ‘klauwen’. Koop in elk geval nooit zachte knollen want die rotten erg snel. Kies ook niet voor knollen met misvormde of gebroken klauwen. Als u in een streek woont waar de winters streng zijn, kweek de ranonkels dan in schalen op de vensterbank en plaats ze na de laatste vorst pas in de tuin. Een gevreesde ziekte bij ranonkel is wortelrot. Hierdoor gaan de knollen rotten en sterft de hele plant af. Vaak is te veel water de hoofdoorzaak. Het beste wat u daarom kunt doen is om 1 keer royaal met water te gieten (direct na het planten) en vervolgens pas weer te gieten als de eerste scheuten opkomen.

Tips bij de verzorging van ranonkel in een vaas

Met de juiste verzorging kunnen ranonkels erg lang blijven staan. Hierbij een aantal tips om de duur zo lang mogelijk te maken. Snijd als u ze in een vaas zet een stukje van de stelen af. Doe dat ook pas als de knoppen al kleur laten zien want dan gaan ze het beste open. Kies ook voor een schone vaas met schoon water en bolbloemenvoedsel. Te veel water is overigens uit den boze want daar kunnen de harige stelen niet zo goed tegen. Vul de vaas ook regelmatig bij want de ranonkel is een erg gulzige drinker. Het beste gedijt een ranonkel als u hem op een koele plek zet en niet in de zon of op de tocht. Weet u voldoende over ranonkel en wilt u via ons ranonkelbollen bestellen? Bekijk dan onze online webshop en schaf ze uiterst eenvoudig aan.